Boten die te lang blijven liggen bij openbare aanlegplaatsen langs de Vecht blijven onderwerp van politieke discussie in Stichtse Vecht. Fractievoorzitter Jos van Nieuwenhoven van Lokaal Liberaal stelde onlangs opnieuw vragen over het oneigenlijk gebruik van de aanlegplaatsen. Burgemeester Ap Reinders kwam namens het college met cijfers: sinds april zijn 279 controles uitgevoerd en in twee gevallen heeft de gemeente uiteindelijk zelf een boot laten verwijderen.
Probleem volgens Lokaal Liberaal nog niet opgelost
Lokaal Liberaal vraagt al langer aandacht voor boten die langer blijven liggen dan is toegestaan. Volgens Van Nieuwenhoven is er aan de situatie “niet of nauwelijks iets veranderd”. Hij stelde dat sommige schepen veel langer blijven liggen dan de regels toestaan en wees daarbij op overlastmeldingen uit onder meer Maarssen, Oud-Zuilen en Breukelen.
De fractie wil dat openbare aanlegplaatsen ook echt beschikbaar blijven voor bezoekers en recreanten. Volgens Van Nieuwenhoven profileert Stichtse Vecht zich als aantrekkelijke recreatiegemeente aan de Vecht, maar hoort daar ook handhaving bij. “Regels zijn er niet voor niets”, was de kern van zijn boodschap.
279 controles en 21 boten op de radar
Burgemeester Ap Reinders liet weten dat de gemeente een extern bedrijf heeft ingehuurd om controles uit te voeren bij openbare aanlegplaatsen. Van april tot en met 5 juli zijn volgens het college 279 controles uitgevoerd. In de zomermaanden worden die controles verder geïntensiveerd.
Uit die controles kwamen 21 boten naar voren waarbij handhaving nodig was. Bij twintig boten is een handhavingsvoornemen aangeplakt. Dertien boten zijn daarna door de eigenaar zelf weggehaald. Vier boten kregen een last onder bestuursdwang opgelegd. Uiteindelijk moest de gemeente twee boten zelf verwijderen.
Anti-hopbeleid moet doorschuiven voorkomen
Een belangrijk punt in de discussie is het zogenoemde waterbedeffect. Daarbij verplaatsen boten zich telkens naar een andere plek, waardoor het probleem niet verdwijnt maar verschuift. Reinders gaf aan dat de gemeente werkt aan aanvullend beleid. Daarin moet ook anti-hopbeleid worden opgenomen, zodat boten niet eenvoudig van de ene aanlegplaats naar de andere kunnen doorschuiven.
Van Nieuwenhoven vroeg of het college zelf niet schrikt van het aantal boten waartegen actie is ondernomen. Reinders zei dat hij daarvan niet schrikt, omdat het aantal moet worden afgezet tegen 279 controles. Tegelijk erkende hij dat iedere boot die zich niet aan de regels houdt er één te veel is.


