Soms valt een politiek signaal pas later echt op zijn plek. Tijdens de installatie van het nieuwe college op dinsdag 16 juni viel natuurlijk meteen dat ene moment op: de stemming waarbij één kandidaat-wethouder tien stemmen niet kreeg. Formeel is zo’n stemming geheim. Niemand hoeft dus hardop te zeggen waarom hij of zij anders stemt. Maar wie de lokale politiek een beetje volgt, weet: tien afwijkende stemmen zijn geen ongelukje. Dat is een boodschap van in dit geval de volledige oppositie.
In eerste instantie kun je zo’n moment makkelijk zien als een pijnlijk incident bij een verder feestelijke avond. Bloemen, felicitaties, mooie woorden, nieuwe verhoudingen — en dan ineens dat stembriefje dat de sfeer net even anders kleurt. Pas daarna, in gesprekken met raadsleden, werd voor mij duidelijker waar de spanning vandaan kwam. De link met de commissie over het sociaal domein was niet te missen.
En eerlijk gezegd: dat begrijp ik. Het sociaal domein is geen gewoon beleidsdossier. Het is geen stenenproject, geen brug, geen gebouw en geen begrotingspost die je alleen met een Excel-sheet kunt temmen. Het gaat over mensen. Over inwoners die ondersteuning nodig hebben. Over jeugd, zorg, preventie, kwetsbaarheid, gezinnen, mantelzorgers en professionals. Over geld, zeker. Maar vooral over vertrouwen.
Juist daarom moet een voorstel op dit terrein stevig staan. Niet ongeveer. Niet bestuurlijk handig geformuleerd. Niet vol termen waarvan iedereen ongeveer begrijpt wat ermee bedoeld wordt, maar niemand precies kan aanwijzen wat het concreet oplevert.
Wat mij opviel bij het terugluisteren van de commissie, was dat raads- en commissieleden opvallend goed in het onderwerp zaten. Er werd niet gezeurd om het zeuren. Er werd scherp gevraagd omdat het stuk daar aanleiding toe gaf. Over doelen. Over uitvoering. Over meetbaarheid. Over de vraag of dit inwoners echt verder helpt. En vooral: over de grip die de gemeente op dit ingewikkelde domein denkt te hebben.
Dan kun je als college proberen door te duwen. Dat kan. Bestuurlijk kan er vaak meer dan politiek verstandig is. Maar gezien de consternatie lijkt er eigenlijk maar één serieuze optie: trek het stuk terug naar de tekentafel. Of, zoals wij bij Bitterballen aan de Vecht wat oneerbiedig zeiden: doe een Hans van den Akkertje.
Daarmee bedoel ik niet: gezichtsverlies nemen. Integendeel. Soms is het juist sterk om te zeggen: we hebben de kritiek gehoord, we gaan dit beter maken en komen terug met een voorstel dat wel staat. Dat zou in dit geval geen zwakte zijn, maar bestuurlijke volwassenheid. Want als de start van een nieuw college meteen gepaard gaat met een stevig signaal uit de raad, dan moet je dat niet wegwuiven als politiek gedoe. Dan moet je luisteren.
Zeker bij het sociaal domein. Want daar zitten achter elke beleidszin echte mensen.





